Drones

Zo kies je tussen de DJI Lito 1 en de Neo 2

· 6 min leestijd

Wie de afgelopen jaren voor het eerst een drone kocht, kwam bijna automatisch uit bij de DJI Mini-serie of de piepkleine Neo. Sinds april dit jaar ligt er een derde optie tussenin. DJI zette toen de Lito 1 en de Lito X1 in de markt, twee instapdrones die op papier veel van wat de Neo 2 kan overnemen, maar dan met een grotere sensor en een flink langere vliegtijd. Voor wie nu twijfelt tussen de twee, is het tijd om de specificaties en de prijzen naast elkaar te leggen.

Wat de Lito 1 anders doet dan de Neo 2

De Lito 1 draait om een 1/2 inch CMOS-sensor die 4K opneemt op 60 beelden per seconde, met een vast diafragma van f/1.8. Dat levert scherpe beelden op overdag, maar geeft weinig marge zodra het schemert. Waar de Neo 2 rond de 19 minuten in de lucht blijft, haalt de Lito 1 met de standaardaccu tot 36 minuten vliegtijd, en met extra accu's loopt de totale vliegtijd op richting de 100 minuten. Voor wie een middag aan het strand of in het bos wil filmen zonder steeds accu's te wisselen, is dat verschil goed te merken.

De Lito 1 heeft daarnaast een drieassige gimbal ingebouwd, waar de Neo 2 vooral op elektronische stabilisatie leunt. Dat merk je terug in rustigere pans en minder trilling in bewegend beeld. De Lito X1, het duurdere broertje, gaat nog een stap verder met een 1/1,3 inch sensor, 8K-snapshots en naar voren gerichte lidar voor obstakeldetectie. Die lidar mist de Neo 2 volledig, wat de Lito X1 geschikter maakt om tussen bomen of gebouwen door te vliegen.

Waarom de Neo 2 nog steeds veel gebruikers overtuigt

Toch is de Neo 2 niet zomaar van tafel geveegd. Het toestel weegt nog geen 135 gram, past letterlijk in een broekzak en start met een simpel gebaar vanaf je handpalm. FPV-vlucht, gesture control en een prijs die een stuk lager ligt dan die van de Lito 1 maken hem populair bij mensen die vooral spontaan willen filmen, zonder gedoe met een aparte afstandsbediening. De keerzijde is een korte vliegtijd en gevoeligheid voor wind, iets waar de zwaardere Lito-modellen veel minder last van hebben.

Beeldkwaliteit in de praktijk

Internationale reviewers die beide toestellen naast elkaar testten, komen steeds op hetzelfde punt uit: de Lito 1 levert voor zijn prijsklasse opvallend scherp beeld, al schiet de standaardbelichting bij fel licht soms door naar overbelichte lucht. Wie het toestel handmatig instelt, haalt daar snel meer uit. De Neo 2 wordt in diezelfde tests omschreven als een drone die je niet ontziet, je stuurt hem de lucht in, hij stoot ergens tegenaan, je pakt hem op en vliegt gewoon door. Dat maakt hem minder geschikt voor plaatjes die je wil publiceren, maar juist ideaal om te leren vliegen zonder voortdurend bang te zijn voor een crash.

Prijzen en waar je ze in Nederland koopt

De Lito 1 begint bij 309 euro voor de kale versie, en 439 euro voor de set met afstandsbediening en twee extra accu's. Voor de uitgebreide Fly More Combo betaal je bij winkels als MediaMarkt, Cameranu en Kamera Express rond de 479 euro. Beide Lito-modellen zijn breed verkrijgbaar bij Nederlandse retailers en via de webshop van DJI zelf. Vergelijk je dat met de Neo 2, dan zit er al snel meer dan honderd euro tussen de twee, dus voordat je een aankoopbeslissing neemt is het slim om precies te bepalen wat je met het toestel wilt.

Vliegen zonder vliegbewijs, wat wel en niet mag

Zowel de Lito-serie als de Neo 2 wegen minder dan 250 gram, waardoor ze in de C0-klasse vallen en je zonder vliegbewijs mag vliegen in de open categorie. Dat betekent niet dat je zomaar de lucht in kunt. Zodra er een camera aan boord zit, moet je jezelf registreren als exploitant en dat nummer zichtbaar op de drone plakken. Bij een C0-label volstaat een sticker in plaats van dat het nummer digitaal in de software moet staan. De registratie loopt via de RDW, waar je meteen een exploitantnummer kunt aanvragen, en op de site van de Rijksoverheid lees je precies wat er van je wordt verwacht wanneer je een drone registreert. Let ook op de leeftijdsgrens: onder de 16 jaar mag je alleen vliegen onder toezicht van iemand met een geldig vliegbewijs.

Welke drone past bij hoe jij wilt vliegen

Wil je vooral spontaan filmen, zonder gedoe met accu's en een aparte controller, dan blijft de Neo 2 de logische keuze en heb je met het prijsverschil ook nog geld over voor een extra setje propellers of een reservetas. Ben je meer bezig met compositie, wil je langer vliegen en neem je genoegen met iets meer gewicht in je tas, dan geeft de Lito 1 je scherpere beelden en veel meer vrijheid per vlucht. Voor wie serieus aan de slag wil met obstakeldetectie en scherpe stills, is de Lito X1 het overwegen waard, al betaal je daar wel voor. Twijfel je nog, denk dan terug aan onze review van de DJI Air 2S: die drone bewees destijds al dat een iets hoger budget zich uitbetaalt in stabielere beelden. Hetzelfde patroon zie je nu terug tussen de Neo 2 en de Lito-serie, alleen dan in het instapsegment. Check voor je koopt altijd nog even of een toestel voor een goede prijs ook echt aansluit op wat je er in de praktijk mee wilt doen, want de duurste drone is niet automatisch de beste keuze voor jouw situatie.

R
Geschreven door Ruben Drost Hoofdredacteur Gadgets & Tech

Ruben was het kind dat op zijn twaalfde al computers uit elkaar haalde om te kijken hoe ze werkten, tot frustratie van zijn ouders. Hij studeerde technische informatica en werkte als productreviewer voor een tech-website voordat hij zelfstandig werd. Zijn gadgetreviews zijn grondig, eerlijk en altijd vanuit het perspectief van dagelijks gebruik — niet alleen specs en benchmarks. Hij test smartwatches tijdens het hardlopen, koptelefoons in de trein en drones in het park bij zijn huis. Zijn vriendin vindt het huis vol gadgets maar tolereert het omdat ze van zijn Sonos-systeem geniet.